Weerkundig woordenboek: T

TAF
Terminal Aërodrome Forcast.
Naam van een internationale code. De TAF is een zgn. puntverwachting (betreft dus alleen de luchthaven zelf en de directe omgeving ervan) en bevat voor de luchtvaart relevante gegevens. De TAF komt, voor wat betreft de code, sterk overeen met de METAR en is eveneens self evident. De TAF’s worden met name gebruikt voor de vluchtplanning. Bij verwachte slechte weersomstandigheden op de doelluchthaven kan eventueel worden uitgeweken naar een andere luchthaven. Ten behoeve van het Europese luchtverkeer wordt elke drie uur een TAF uitgegeven met een geldigheidsduur van 9 uur, de zgn. korte TAF. Ten behoeve van het intercontinentale luchtverkeer wordt vier maal daags een verwachting uitgegeven met een geldigheidsduur van 6 tot 24 uur. Deze laatste wordt de lange TAF genoemd
TAI
Internationale Atoomtijd, een statistisch gecoördineerde tijdschaal voor internationaal gebruik met als eenheid de SI-seconde zoals zij gemeten wordt aan de in rotatie zijnde geoïde in een geocentrisch coördinatenstelsel. Door de ontwikkeling van atoomklokken in de vijftiger jaren werd het mogelijk een tijdschaal te genereren die over een lange periode zeer stabiel is. Door het vergelijken en middelen van een 340-tal atoomklokken verspreid over de hele wereld (waaronder het NMi Van Swinden Laboratorium te Delft en de Koninklijke Sterrenwacht van België te Ukkel) heeft TAI een relatieve nauwkeurigheid van 5 op 10E14. Door het vertragen van de aardrotatie is het verschil tussen TAI en UTC per 1,0 jan 2009 opgelopen tot 34 sec.
Talik
Zo noemt men een ontdooide laag van zo'n 20 cm boven de permafrost.
Zodra zich zo'n laag gevormd heeft, gaat het ontdooien van de permafrost sneller. Een taliklaag kan zich vormen wanneer de warmtetoevoer in de zomer structureel groter is dan de afvoer in de winter (in de winter wordt die afvoer tegengewerkt door het sneeuwdek).
TBO
Zie Tropospheric Biennal Oscilation.
TDB
Barycentric Dynamical Time, een onafankelijke tijdschaal die gebruikt wordt voor de berekening van efemeriden van hemellichamen binnen het zonnestelsel gerefereerd aan het massa-middelpunt van het zonnestelsel. TDB wordt herleid uit de Terrestrial Time rekening houdende met relativistische tijdseffecten. Het verschil tussen TT en TDB hangt af van de tijd van het jaar en bedraagt minder dan 0,0018 sec.
Tegenzon
Halo, die een enkele keer is waar te nemen. Er verschijnt dan tegenover de zon een (witte) tegenzon. Op 60° afstand van die tegenzonnen zijn eventueel weer één of meer bijtegenzonnen waar te nemen. In tegenstelling tot de bijzon is de bijtegenzon niet gekleurd.
Tehuantepecer
Lokale wind aan de zuidkust van Mexico, genoemd naar de plaats Tehuantepec of de Golf van Tehuantepec. Het is een zeer krachtige noordelijke valwind, die zowel koud als warm kan zijn en die waait in de wintermaanden. De wind is een plaag voor de scheepvaart in de Golf, omdat hij zeer plotseling kan opsteken.
Temp
Jargon voor een geplotte grafische voorstelling op een Θ s,p-diagram van temperatuur, dauwpunt, windrichting en windsnelheid in de atmosfeer loodrecht op het aardoppervlak. De gegevens zijn afkomstig van de oplating van een radiosonde.
Temperatuur
Is een maat voor de kinetische energie die een voorwerp bezit. Hoe meer kinetische energie iets bezit, hoe hoger zijn temperatuur is. Er zijn verschillende temperatuurschalen om te temperatuur van een voorwerp uit te drukken. Het nulpunt van de absolute temperatuurschaal ligt op het punt waar het voorwerp geen kinetische energie meer heeft.
Temperatuurschaal
Sinds het begin van temperatuurmeting zijn er in de loop der jaren verschillende schaalverdelingen ontstaan. De belangrijkste zijn:
Temperatuursgradiënt
Het verschil in temperatuur of een welbepaalde afstand. Meestal wordt de vertikale temperatuursgradiënt bedoeld, in het Engels "lapse rate". Deze wordt veel gebruikt om te bepalen of de atmosfeer stabiel, conditioneel stabiel of onstabiel is.
Temperatuursinversie
Ontstaat veelal bij een sterke afkoeling van de onderste luchtlagen in een anticycloon waarbij de lucht daarboven merkelijk warmer is. Vertikale luchtstromingen krijgen geen kans te ontstaan. Luchtvervuiling blijft hangen. Er is gevaar voor CO-vergiftiging (geen trek in de schouwen van kachels). In de winterperiode meestal grijs weer.
Temperatuurprofiel
Grafische voorstelling van het verloop van de temperatuur in de atmosfeer, loodrecht op het aardoppervlak. Aan de hand van een temperatuurprofiel op een Θ s,p-diagram kunnen diverse stabiliteitsberekeningen worden uitgevoerd.
Temperatuursom
Zie cumulatieve temperatuur.
Temperatuursom
Temperatuurterm
In weersverwachtingen gebruikte terminologie met betrekking tot de temperatuur. Het gebruik van termen als koud, vrij koud, zeer warm, e.d. is namelijk aan regels gebonden tw.
Term Verschil Tmax en Tnormaal Max. temp.
Zeer warm +8 graden of meer 23°C en hoger
Warm +5 t/m +10 graden 20°C en hoger
Vrij warm +2 t/m +7 graden 20°C en hoger
Zeer zacht +8 graden of meer 19°C en lager
Zacht +5 t/m +10 graden 19°C en lager
Vrij zacht +2 t/m +7 graden 19°C en lager
Koel -2 t/m -7 graden 12°C en hoger
Vrij koud -2 t/m -7 graden  
Koud -5 t/m -10 graden  
Zeer koud -8 graden en kouder  
TEMPO
Afkorting van, TEMPOrary (tijdelijk), die vooral wordt gebruikt in de TAF en de TREND.
De afkorting betekent, dat er in een aaneengesloten periode af en toe een bepaalde verandering in de weergesteldheid optreedt. De veranderende weerstoestand mag echter niet langer dan één uur per geval duren. Als dat wel het geval is, moet de term BECMG worden gebruikt.
Tephigram
Aërologisch diagram voor het uitvoeren van stabiliteitsberekeningen, voornamelijk in gebruik in Engelstalige landen. In afwijking van het in Nederland in gebruik zijnde Θ s,p-diagram, is in dit diagram de temperatuur tegen de entropie (een thermodynamische toestandsgrootheid afgezet. De overige hulplijnen zijn hiervan afgeleid. Dit diagram is energetisch. Dat wil zeggen dat gelijke oppervlakken op het diagram ook gelijke hoeveelheden energie vertegenwoordigen.
Terminologie
Ten behoeve van de eenduidigheid wordt in weersverwachtingen zoveel mogelijk een vaste terminologie gebruikt. Wanneer verschillende meteorologen eenzelfde beeld voor ogen hebben van de weersontwikkelingen, moeten zij dat op ongeveer dezelfde manier benoemen. Zo zijn er zonneschijntermen, bewolkingstermen, temperatuurtermen, plaatselijkheidstermen en kanstermen. Verder is er een vaste terminologie voor de hoeveelheid en intensiteit van neerslag, bijvoorbeeld af en toe regen (of sneeuw) of perioden met regen (of sneeuw). Ook het gebruik van termen als koud, vrij koud, zeer warm e.d. is aan regels gebonden. Zie hiervoor de temperatuurtermen.
Terre altos
Lokale wind in Brazilië. Noordwestelijke valwind, die vanuit het binnenland in de buurt van Rio de Janeiro waait. De terre altos heeft föhneigenschappen, maar kan niet als koude of als warme valwind worden aangemerkt.
Θ s,p-diagram
(zeg: tèta-s,p-diagram; ook: adiabatisch diagram). In Nederland veel gebruikt thermodynamisch diagram, o.m. voor het uitvoeren van stabiliteitsberekeningen. De s-lijnen (verticale lijnen) stellen adiabatische processen voor, de p (horizontale lijnen) staat voor de druk. Het diagram bevat tevens isothermen, die ongeveer diagonaal van linksonder naar rechtsboven lopen. In het diagram is verder een mintralijn aangebracht. Met behulp van deze lijn kan, voornamelijk ten behoeve van de luchtvaart, het niveau worden berekend waarop condenstatiesporen van vliegtuigen (zgn. contrails) op kunnen treden. De berekeningen met behulp van dit diagram zijn redelijk eenvoudig. Het diagram is niet geheel energetisch, maar de afwijkingen zijn niet groot. Uit het diagram kan ook nog een Gold-temperatuur worden berekend.
Theodoliet
Instrument voor het meten van hoeken. In de meteorologie wordt dit gebruikt om met behulp van een wolkenlicht de wolkenhoogte te bepalen.
Thermiek
Het opstijgen van luchtbellen van enkele honderden meters doorsnee, ontstaan onder invloed van ongelijke verwarming van het aardoppervlak. 'Droge' thermiek geeft geen wolken vorming, 'natte' thermiek wel.
Er wordt daar dankbaar gebruik van gemaakt door beoefenaars van sporten als zweefvliegen, deltavliegen, parapente etc. waarbij deze de thermiekbellen opzoeken om terug hoogte te winnen. Daardoor is het mogelijk langere tijd in de lucht te blijven.
Thermiekwolk
Stapelwolk (cumulus) die ontstaat bij thermiek. Met name in de zweefvliegerij wordt dankbaar gebruik gemaakt van de thermiek. Daar waar deze stapelwolken worden waargenomen, is ook thermiek aanwezig. Door van wolk naar wolk te springen kunnen vaak zeer grote afstanden worden afgelegd.
Thermisch
Door middel van warmte.
Thermische wind
Theoretische windcomponent. Het is de verticale windschering van de geostrofische wind in een bepaalde luchtlaag op een bepaalde plaats. Het begrip thermische wind is ingevoerd, omdat de windschering in een luchtlaag wordt bepaald door de advectie van de temperatuur in die laag. Bij advectie van warme lucht ruimt de wind met de hoogte, bij advectie van koude lucht treedt juist een krimpen van de wind met de hoogte op.
Thermisch hogedrukgebied
Een hogedrukgebied dat ontstaat als gevolg van de koude van de lucht. De koude lucht heeft een relatief hogere dichtheid, is daardoor zwaarder en zal dus dalen. De lucht zal langs de bodem wegstromen, terwijl om dit te compenseren vanuit de bovenlaag lucht naar de bodem toe stroomt. Thermische hogedrukgebieden ontstaan vooral in het gebied van de polen (polair maximum), maar ze kunnen ook ontstaan in de winter boven uitgestrekte landoppervlakken, zoals Siberië en Canada, wanneer de lucht bij het aardoppervlak sterk afkoelt.
Thermisch lagedrukgebeid
(ook: warmtelagedrukgebied). Lagedrukgebied dat ontstaat als gevolg van sterke plaatselijke verwarming van de lucht. Thermische lagedrukgebieden ontstaan vaak op eilanden, schiereilanden of in kustgebieden.
Het land wordt door de zonnestraling verwarmd, waardoor het daar veel warmer wordt dan het wateroppervlak. Het proces is vrijwel gelijk aan het ontstaan van zeewind. De warmere en dus ook lichtere lucht boven land stijgt op en stroomt in de bovenlucht zijdelings weg. Aan het aardoppervlak daalt deluchtdruk en ontstaat er een stroming vanuit zee naar het land, waar deze gaat convergeren.
Verder speelt zich dit proces op grote schaal af in de tropen, waar de instraling van de zon maximaal is. De opgestegen lucht zal op grote hoogte van de evenaar wegstromen, zodat aan de bodem een relatief tekort ontstaat: een lagedrukzone. Uit de bijbehorende luchtstromingen ontstaan de passaten. De stijgende lucht zal, als zij voldoende vochtig is, tot hevige (tropische) regens kunnen leiden (stijgingsregens). Omdat de opwarming van de lucht aan de evenaar het hele jaar doorgaat, heerst er in de tropen constant een lage druk.
Thermograaf
Automatisch registrerende thermometer. Als sensor-element wordt meestal een bimetaal gebruikt.
Thermokliene
Hiermee bedoeld men de scheiding tussen een laag warm water en een laag koud water in de oceaan.
Thermometer
Toestel voor het meten van de temperatuur. Meest voorkomend zijn kwik-, alcohol- en bimetaalthermometers.
Thermometerhut
Een (meestal) houten goed geventileerde hut, wit geschilderd, gebruikt om de meteorologische instrumenten (o.a. thermometers) af te schermen van directe zonnestraling. De hoogte van de thermometerhut is 1,50 meter boven kort geknipt gras.
Thermosfeer
Luchtlaag boven de mesosfeer, dus boven de 80 km hoogte.
Tienminutengemiddelde
In de SYNOP wordt volgens internationale afspraak zowel voor de windrichting als voor de windsnelheid een tienminutengemiddelde gepresenteerd. Daartoe worden de gemiddelden van de beide grootheden bepaald over de periode van tien minuten direct voorafgaande aan het waarnemingstijdstip. Tegenwoordig wordt daarbij veelvuldig gebruik gemaakt van continu registrerende schrijvers. De penregistraties op papieren stroken zijn relatief eenvoudig af te lezen en te middelen.
Toegepaste klimatologie
Deze tak van de klimatologie wordt uitgeoefend voor zeer bepaalde doeleinden. De door de klassieke klimatologie gerangschikte gegevens worden hierbij met een operationeel oogmerk geanalyseerd, of verder bewerkt. Dit operationele oogmerk kan zijn: elke onderneming op industrieel, landbouwkundig, technologisch of militair gebied. De voornaamste toepassingen zijn:
1. De landbouw. Hierbij wordt voornamelijk beschouwd welke gewassen in welk jaargetijde op welke plaats kunnen worden verbouwd.
2. Het verkeer: scheepvaart, luchtvaart, begaanbaarheid van wateren landwegen. De luchtvaartklimatologie bijvoorbeeld, beschrijft meteorologische grootheden die het vliegverkeer kunnen beïnvloeden zoals zicht, wolkenbasis en bovenwinden.
3. De gezondheidszorg. De op grond van het klimaat meest geschikte plaats voor sanatoria e.d.
4. Waterstaat. Hoogte van dijken in verband met stormvloeden, sterkte van stuwdammen in verband met hoeveelheid neerslag.
5. Stadsplanning. Vaststellen van de meest geschikte plaats voor scholen, sportterreinen e.d., afhankelijk van de ligging van de schadelijke stoffen producerende industrieën.
Toendra-klimaat
Zie E-klimaat.
Toestandskromme
Kromme, die in het waarnemingspunt de verandering van de temperatuur van de lucht aangeeft met de hoogte.
Tornado
Een lokale, zeer verwoestende wervelwind. Het is een snel roterende kolom lucht aan de onderzijde van een onweersbui. De tornado neemt vaak de vorm aan van een slurf en soms van een brede wig. De sterkste winden rond de tornado treden op in het horizontale vlak, maar de wind in de tornado heeft ook een sterk verticale component. Daardoor kan een tornado ook materiaal opzuigen. Een zware tornado vormt zich uitsluitend aan een supercel.
Tornado's kunnen op de meeste plaatsen van de wereld voorkomen maar de streek die het meest door tornado's wordt getroffen is wel "Tornado Alley" in de Verenigde Staten (noordelijk Texas, Oklahoma,...).
Tornado-warning
Deze wordt uitgegeven zodra er een snel roterende luchtbeweging in de bui wordt gedetecteerd door de radar of als er daadwerkelijk een slurf is waargenomen.
Tornado-watch
Voorwaarschuwing van een tornado-warning. Een watch wordt meestal halverwege de middag uitgegeven en is geldig voor de avond. In principe wordt hier een gebied aangegeven waar mogelijk onweersbuien met tornado-gevaar ontstaan.
Totale bedekkingsgraad
Gedeelte van de hemel koepel dat onzichtbaar is geworden ten gevolge van alle aanwezige wolken.
Touch-down
De feitelijke uitbreiding van de rotatie in de buienwolk naar beneden tot op het aardoppervlak. Meestal herken je een touch-down aan het opwervelen van stof/gruis/puin vanaf de grond.
Totaliteitszone
Het gebied waar een zonsverduistering totaal is.
Trajectorie
Weg die een luchtdeeltje in verloop van tijd aflegt. Met behulp van meteorologische modellen wordt een grafische uitvoer gemaakt, waarop, voor een aantal niveaus, is aangegeven welke route de luchtdeeltjes in een bepaalde tijd hebben afgelegd, waar ze vandaan komen en welke significante stijgende en/of dalende bewegingen ze hebben ondergaan. Op die manier krijgt de meteoroloog gemakkelijker inzicht in de (verwachte) driedimensionale opbouw van de atmosfeer.
Tramontana
Een wind uit noordwestelijke sector die over het Languedoc en de Roussillon waait. Hier worden er twee types onderscheiden: verbonden aan een polaire invasie: wanneer er zich boven de Golf van Genua een laag bevindt tezamen met een doordringing van het hoog van de Azoren boven het ZW van Frankrijk. Ten zuiden van de Cévennes en Corbières is de hemel wolkenloos terwijl het vaak betrokken en regenachtig is boven het ZW van Frankrijk. De Tramontane is een hevige, droge en koude wind die met windstoten waait. De Tramontane komt elk seizoen voor. Zoals de mistral vertoont hij een zeer uitgesproken dagelijkse schommeling in intensiteit.
De Tramontane verbonden aan een laag met centrum boven het westelijk Middellands Zeegebied (tussen de Golf van Lyon en de Balearen): dit type van Tramontane ligt aan de oorzaak van een trage verbetering van het weer verbonden aan een voortgaande verdwijning van het lagedrukcentrum gelegen boven de Middellandse Zee. Vooraf houdt het slecht weer aan met een krachtige wind, vooral in de streek van Perpignan. Over het algemeen waaien de Tramontane en de mistral samen.
Transgressie
Oprukken van de zee ten koste van het land. Een transgressiekust verplaatst zich dus in de richting van het land, zodat er op die plaats in feite land verloren gaat.
Translucidus
Doorschijnend, als door matglas.
Wolkenvariëteit van de wolkengeslachten altocumulus, altostratus, stratocumulus en stratus. Het zijn wolken in uitgestrekte velden, maar voor het grootste deel zijn ze enigszins doorschijnend zodat men de zon nog net kan zien. Als dit niet meer mogelijk is heet de wolkenvariëteit opacus.
Transmissometer
Toestel om de transmissiviteit (doorlaatbaarheid of transparantie) van de atmosfeer te meten tussen twee punten op een bepaalde afstand van elkaar. Wordt gebruikt om de horizontale zichtbaarheid te meten.
Men werkt met behulp van een zender en een ontvanger die 12 tot 80 meter uit elkaar staan en zijn opgesteld op een hoogte van 2,5 meter. De zender beschikt over een Xenon lamp die iedere seconde een lichtpuls naar de ontvanger stuurt. Onderweg kunnen zich deeltjes in de lucht bevinden die het licht reflecteren en absorberen, maar ook verstrooien. Het resultaat zal zijn dat er in dit geval door de ontvanger minder licht wordt gemeten dan er aanvankelijk uitgezonden werd.
Transportkou
Zeer koude lucht, die met krachtige winden vanuit het vaste land van Rusland of Siberië geheel over land naar onze omgeving wordt aangevoerd, wordt ook wel transportkou (extreme windchill) genoemd. Onder dergelijke weersomstandigheden wordt het 's winters in ons land in korte tijd bijzonder koud en kan het overdag ook bij zonnig weer matig en in extreme situaties zelfs streng blijven vriezen.
Extreme doordringende kou kwam in De Bilt in deze eeuw op 12 dagen voor, maar in deze eeuw doet zich gemiddeld eens in de twee jaar een situatie voor waarbij de gevoelstemperatuur door de wind overdag meer dan 10°C onder nul ligt. Sinds de strenge winter van 1963 is dat echter maar op 4 dagen voorgekomen.
Voorwaarde voor een dergelijke situatie is de aanwezigheid van een zeer krachtig hogedrukgebied boven Noord-Rusland of Siberië tegenover lage luchtdruk boven Zuid-Europa. De drukverschillen zijn dan boven het Europese continent heel groot, waardoor over een omvangrijk gebied een krachtige oostelijke wind waait. Kleine storingen kunnen in onze omgeving de wind tijdelijk nog verder doen toenemen en soms, zoals eind 1978, aanleiding geven tot uitgebreide sneeuwval.
Trekhoog
(ook: tussen hoog) Zwakke rug van hoge luchtdruk tussen twee achtereenvolgende, zich voortbewegende lagedrukgebieden. Zo'n trekhoog brengt doorgaans een tijdelijke weersverbetering met zich mee.
Treksnelheid
Snelheid waarmee een weersysteem zich verplaatst. In sommige gevallen wordt de treksnelheid verward met de windsnelheid, met name bij een tropische cycloon. De treksnelheid daarvan ligt doorgaans in de orde van 20 tot 30 km per uur, terwijl in de cycloon zelf windsnelheden voorkomen van ca. 200 km per uur. De bewering dat een tropische cycloon met zo'n 200 km per uur over een bepaald gebied zou razen is dus niet waar.
TREND
Codenaam van een korte-termijn-landingsvewachting, die wordt toegevoegd aan een METAR of een SPECI. De TREND is een verwachting in verkorte vorm van zicht, wolkenbasis, en significant weer, geldig voor twee uren volgend op het tijdstip van waarneming van de bijbehorende METAR
Trog
Dit is een langgerekt gebied waarin de luchtdruk relatief laag is, als het ware een uitstulping van de depressiekern. Ook liggen in een trog de isobaren meestal dichter op elkaar, waardoor er meer wind is. Het is het gebied met slecht weer dat volgt als het na de koufrontpassage een tijd lang opgeklaard is geweest. Zie ook vore.
Tropen
Gebied op lage breedte in de nabijheid van de evenaar.
Tropische cycloon
Algemene naam voor een zeer krachtige en grote tropische wervelstorm, met een doorsnede van 200 tot 700 km en een hoogte van ca. 12 km.
Tropische cyclonen behoren tot de meest verwoestende verschijnselen op aarde. Zij gaan gepaard met enorme winden van orkaankracht, die snelheden van 200 tot 300 km per uur kunnen bereiken, en bovendien met langdurige slagregens en catastrofale stormvloeden. De verplaatsingssnelheid van de systemen is niet zo groot, ca. 20 km per uur. De tropische cyclonen komen voor in de meeste tropische oceaangebieden.
Noodzakelijke voorwaarden zijn een hoge temperatuur van het zeewater, ten minste 26°C, terwijl de lucht boven het betreffende gebied bijzonder onstabiel moet zijn. De cycloon begint als een normaal lagedrukgebied in de buurt van de zgn. intertropische convergentiezone, daar waar de passaatwinden waaien. De langzaam naar het centrum van dit lagedrukgebied convergerende winden versterken bij voldoende onstabiliteit de convectie, waardoor grote hoeveelheden verdampt zeewater omhoog worden gevoerd. De latente warmte, die bij condensatie vrijkomt, geeft weer nieuwe impulsen aan de convectie. Het proces versterkt op die manier zichzelf en zo ontstaat er een steeds sterkere circulatie, waarbij de grondwind spiraalsgewijs naar het centrum en naar boven stroomt. In het volgroeide stadium bestaat de cycloon uit drie of meer vrijwel concentrische spiraalvormige banden van uit cumulonimbus bestaande wolken, waarvan de binnenste als een geweldige wolkenmuur het centrum omringt en tot aan de tropopauze reikt, waar de wolken als hoge cirrus-schermen naar buiten uitwaaieren. In het centrum van de cycloon bevindt zich een uniek verschijnsel, dat in geen ander weersysteem op aarde wordt waargenomen, het zgn. 'oog' van de cycloon. In het oog is het, op korte afstand van het slechtst denkbare weer, bijna onnatuurlijk rustig. De wind is sterk geluwd en de hemel is vrijwel onbewolkt. Het oog heeft een doorsnede van 30 tot 50 km. In het oog heeft de zgn. 'stilte voor de storm' de meest letterlijke betekenis. Bij een overtrekkende cycloon heeft men in die situatie immers de ene kant van de cycloon beleefd, terwijl de andere kant nog moet komen.
De cycloon kan een levensduur van enkele weken hebben, vanaf de geboorte tot het moment dat de wervelstorm is uitgewoed. Het komt echter vaak voor, dat de restanten vervolgens in de grootschalige luchtcirculatie worden opgenomen en dan als gewoon lagedrukgebied
Tropische dag
Een dag waarop de maximum temperatuur een waarde bereikt heeft ≥ 30°C.
Eerste tropische dag
Tropische lucht
(Tl) Maritiem tropische lucht (mTl) is een luchtsoort die haar oorsprong heeft boven het subtropische deel van de Atlantische Oceaan, in de omgeving van de Azoren. Deze lucht, die het hele jaar in onze omgeving kan voorkomen, wordt aangevoerd met zuidwestenwinden. De lucht is meestal warme massa, maar kan in de zomer overdag ook koude massa zijn met als gevolg: stapelwolken en eventueel buien en ook onweer. In de winter is de mTl daarentegen steeds bijzonder stabiel, met hogere temperaturen en vochtigheid dan in andere luchtsoorten. Het zicht is dan ook slecht, en mist en motregen zijn veel voor komende verschijnselen. Continentaal tropische lucht (cTl) heeft haar oorsprong in het zuidoosten van Europa en het noorden van Afrika. Ook deze luchtsoort kan onze omgeving het hele jaar bereiken, en wel als warme massa. Hoe wel deze lucht de warmste en droogste lucht is die in onze omgeving kan voorkomen, is het zicht slecht ten gevolge van het hoge stofgehalte (uit het Ruhr-gebied). De bewolking kan uit wat cumulus bestaan, die 's zomers in de namiddag verschijnt, wanneer de luchtsoort tot koude massa is getransformeerd. Voor wat de luchtsoort-indeling betreft: juist niet uit die streken afkomstig, maar uit de subtropen!
Tropisch klimaat
Klimaat dat gevonden wordt in het gebied tussen de beide keerkringen. Kenmerkend zijn de hete zomers en warme winters.
Tropisch regenklimaat
Zie A-klimaat.
Tropopauze
De bovenste begrenzing van de troposfeer. Bevindt zich op een hoogte van circa 15km. Daarboven bevindt zich de stratosfeer.
Troposfeer
De onderste laag van de dampkring. Boven de polen ± 8 km dik; boven Nederland (op 52° N.B.) ± 12 km dik en in de tropen ±16 km dik.
Tropospheric Biennal Oscilation (TBO)
De TBO is een oscillatie (schommeling) in het stromingspatroon in de stratosfeer dat een periode kent van vrijwel exact twee jaar. Deze wisselende stroming in de stratosfeer, die vooral boven de Indische en Stille Oceaan optreedt, zou gevolgen hebben voor het weer in het Atlantisch-Europese-gebied.
Tsunami
Het woord tsunami betekend eigenlijk havengolf. 'Tsu' is Japans voor haven , 'nami' voor golf. De term refereert aan Japanse vissers die op volle zee niets van de tsunami golf merkten, maar eenmaal terug in de haven geconfronteerd werden met enorme verwoestingen.
Bij aardbevingen onder de oceanen (wel met een kracht groter dan 7,5 Richter) kunnen golven ontstaan die zich met een snelheid van meer dan 500 km/uur voortplanten. In de oceaan is de golf vele tientallen kilometers breed en slechts enkele centimeters hoog. Wanneer zo'n golf bij ondieper kustwater komt, kan hij tot enorme afmetingen groeien. Er ontstaat daardoor een ware vloedgolf van tientallen meter hoogte die tot enkele kilometers in het binnenland grote schade kan aanrichten. Een dergelijke vloedgolf wordt een tsunami genoemd. Voordat een tsunami toeslaat, trekt het water zich eerst terug, waarbij soms - onwetend - van de lage waterstanden gebruik gemaakt wordt om te jutten. Tsunami's hebben in het verleden vele duizenden doden geëist en langs alle kusten van oceanen zijn er waarschuwingscentra.
De meeste recente en meest desastreuze tsunami kwam voor op 26 december 2004. Als gevolg van een zeebeving voor de kust van Sumatra (op ca. 10 km diepte) kwamen ca. 150.000 mensen om het leven.
Zie ook impulsgolf of de speciale tsunami-pagina.
TT
Dit staat voor: Terrestial Time.
In de astronomie doen zich soms omstandigheden voor waarin de middelbare zonnetijd niet 'middelbaar' genoeg is. Want ook deze tijd kent, overigens zeer kleine, fluctuaties en variaties, die terug te voeren zijn op geringe onregelmatigheden in de aardrotatie. Voor die gevallen waarin behoefte was aan een echt eenparig ver lopende tijd, werd de Efemeriden tijd (ET) ingevoerd. In 1984 werd de ET vervangen door de Dynamische tijd TDT (Terrestrial Dynamical Time) die in 1991 op zijn beurt werd vervangen door de Terrestrial Time (TT). De TDT en TT zijn gebaseerd op de Internationale Atoomtijd. De grootte van de correctie met de middelbare zonnetijd (TT - UT), de ΔT neemt in de loop der jaren langzaam toe.
Op 1 januari en 1 juli 2008 bedroeg ΔT respectievelijk 65s,46 en 65',63. Voor midden 2009 is ΔT = 65s,9 sec een redelijke schatting.
Tuba
Trechter, slurf. Meteorologisch: windhoos, waterhoos, tornado.
Bijkomende vorm van het wolkengeslacht cumulonimbus, soms te zien bij de cumulus. Het zijn uitzakkende delen van de wolkenbasis in de vorm van een omgekeerde kegel. Een tuba geeft ook de wolk een dreigend aanzien.
Turbiditeitsfactor van Linke
Bij een onbewolkte lucht bepaalt de turbiditeit (troebelheid) van de atmosfeer hoe sterk het zonlicht wordt verstrooid en gereflecteerd. Meer stof en waterdamp zorgen ervoor dat de directe straling afneemt (de zon brandt minder fel in een heiige of vochtige atmosfeer), terwijl de indirecte (diffuse) straling dan juist groter is.
Een van de manieren om met behulp van een getal de troebelheid van de atmosfeer te beschrijven, is via de turbiditeitsfactor van Linke (TL). Voor een (hypothetische) volledig droge, stofvrije atmosfeer stelde hij de waarde van TL op 1. In de praktijk bevat de atmosfeer altijd waterdamp en stof en zal de waarde dus groter dan 1 zijn. Welke de waarde van TL precies is, hangt in de praktijk af van 3 factoren:
  1. het weertype (in de drogere, en vaak ook schonere lucht achter een koufront is TL veelal lager).
  2. De tijd van het jaar: in de wintermaanden en in maart zijn, omdat koudere lucht minder vocht kan bevatten, de TL-waarden lager (vaak rond 2 a 3) dan in de zomer (4 tot 10).
  3. De ligging van de stations. Aan de kust is de lucht vaak schoner dan in het binnenland (althans bij aanvoer over zee). Daardoor is aan de kust TL wat kleiner dan landinwaarts.
Turbulentie
Een andere naam voor luchtwervelingen. Turbulentie kan o.a. ontstaan door opwarming van het aardoppervlak en de daarboven gelegen luchtlagen. Ook wanneer de luchtstroming wordt verstoord door weerstand, bijvoorbeeld van huizen, bomen, heuvelruggen. De turbulentie neemt toe met toenemende windsnelheid; het kan aanleiding geven tot krachtige vertikale stromingen.
Turbulentiestratus
Een vrij dunne stratuslaag, ontstaan ten gevolge van turbulentie onder een inversie. In de 'menglaag' zal warmtetransport van boven naar beneden plaatsvinden. Daardoor wordt het waterdampgehalte homogeen, de 'mengverhouding' de hele menglaag is dan overal even groot. Maar de laag is bovenin het koudst, dus daar zal de relatieve vochtigheid het grootst zijn. Bereikt die de 100% dan ontstaat er tegen de inversie aan stratus, in dit geval 'turbulentiestratus' genoemd.
Tweelingstormen
We spreken van tweelingstormen als in een korte periode de ene storm de andere opvolgt.
Uit onderzoek blijkt dat de kans op een volgende storm twee tot drie dagen na een storm groter is dan de kans op een enkele storm. Enkele voorbeelden hiervan: 16 tot 25 november 1928 (3 stormen in een week); 21 tot 23 december 1954 (2 stormen in 3 dagen) en laatst nog tussen 25 en 31 december 1999 (2 stormen in een week).
Tyfoon
Verwoestende wervelstorm die voorkomt in het zuidwesten van de noordelijke Stille Oceaan. De tyfoon is een tropische cycloon, die ontstaat in het zeegebied van de Marshall-eilanden tot aan de Filippijnen en in de Zuid-Chinese Zee. Ze komen vooral voor in de maanden juli t/m oktober. De oppervlaktewateren zijn dan op hun warmst en in de hogere luchtlagen wordt inmiddels koude lucht met een veel noordelijker oorsprong aangevoerd, zodat een maximaal onstabiele opbouw van de atmosfeer wordt bereikt. Ze koersen in noordelijke richting, via de Filippijnen naar China en Japan, waar ze zeer grote schade aanrichten. Op de Filippijnen wordt deze orkaan ook wel baguio genoemd.

Voor het laatst bijgewerkt op 8-02-2015. Opmerkingen of wil je reageren: stuur een e-mail