Weerkundig woordenboek: C

Cacimbo
Lokale wind in Afrika. Het is een verkoelende zuidwestelijke zeebries naar de havenstad Lobito in Angola. Deze frisse wind, die in de maanden juli en augustus vrijwel dagelijks waarneembaar is, komt op gang rond 10 uur in de morgen en houdt zich vrijwel de hele dag in stand.
Calamiteitenmeteorologie
Deel van de meteorologie dat zich bezighoudt met de verspreiding van gevaarlijke stoffen bij calamiteiten.
Bij ongevallen in nucleaire installaties, in chemische industrieën, tijdens transporten van gevaarlijke stoffen e.d. geeft het KNMI voorlichting over de te verwachten verspreiding van de verontreinigingen. Die verspreiding hangt af van plaats en tijdstip van het ongeval, de aard van de vrijkomende stof, de emissieduur en -grootte en de effectieve bronhoogte. Bovendien is van belang of er sprake is van warmteontwikkeling (evt. ten gevolge van brand). Hoe hoger de temperatuur op de ongevalsplaats, des te hoger de verontreiniging in de atmosfeer doordringt en des te groter het verspreidingsgebied doorgaans is. Vervolgens bepalen de meteorologische omstandigheden de mate van verspreiding van de verontreinigingen, zoals de windrichting en -snelheid en de verandering daarvan, de stabiliteit en het al dan niet optreden van mist of regen.
Onder de calamiteitenmeteorologie worden niet de meteorologische calamiteiten als zodanig, zoals stormen, mist- en ijzel situaties begrepen. Die horen thuis bij de normale werkzaamheden binnen de operationele meteorologie.
Calamiteitenmeteoroloog
Meteoroloog die zich in voorkomende gevallen bezighoudt met de meteorologische afhandeling van calamiteiten ten gevolge van lozing van gevaarlijke stoffen in de atmosfeer. Deze stoffen kunnen van nucleaire of industriële aard zijn. De meteoroloog geeft informatie aan de bestrijdingsorganisaties betreffende de mate van verspreiding van verontreinigingen in calamiteitensituaties.
Calima
De Calima is een oost- tot zuidoostelijke wind die een tijdelijke onderbreking is van de doorgaans waaiende noordoostpassaat. U treft deze wind vooral op de Canarische Eilanden aan.
Wanneer het hogedrukgebied van de Azoren zich tijdelijk in de richting van het Middellandse-Zeegebied uitbreidt, kan deze wind ontstaan en veel stof, zand en hete woestijnlucht meenemen. Op enkele tientallen kilometers uit de kust ziet men dan vaak een bruingele muur naderen die deze Calima aankondigt. In een korte tijd veroorzaakt dit een snelle temperatuurstijging van meer dan 10 graden en kan de temperatuur binnen enkele uren oplopen tot soms meer dan 40°C. Het zicht neemt zienderogen af, vaak tot minder dan 5 km. De gemiddelde snelheid varieert en kan soms een windkracht 7 halen.
Californië-stroming
Koude zeestroming in de Grote Oceaan. Deze stroming is de zuidelijke afsplitsing van de Aleoeten­stroming. De tak die in noordelijke richting afbuigt, is de Alaska-stroming.
Calvus
(letterlijk: kaal) Wolkensoort.
Vorm van het wolkengeslacht cumulonimbus. De cumulonimbus calvus is een vervolg op de cumulus congestus. Er is een krachtige verticale ontwikkeling. De contouren aan de bovenkant van de wolk zijn aan het vervagen, de wolk verliest de bloemkoolstructuur. Dat betekent dat de toppen aan het verijzen zijn. Een duidelijke ijskap is echter nog niet te zien.
Campbell John
Engelsman die in 1853 de zonneschijnmeter uitvond.
Dit instrument bestaat uit een glazen bol die als brandglas werkt. Achter de bol was een papieren strook gespannen met een indeling in uren. De "bewegende" zon brandde in de papierstrook een brandspoor. Zodra er wolken voor de zon kwamen werd dat spoor onderbroken. Uit de totale lengte van het brandspoor kon de duur van de zonneschijn worden ingeschat.
De Ierse natuurkundige George Stokes bracht verbeteringen aan waardoor het instrument uiteindelijk als Campbell-Stokes bekend zou worden.
Canadese trog
Grootschalige trog in de algemene luchtcirculatie, die in de winter op ca. 75° westerlengte te vinden is. Tijdens de zomer is deze trog ongeveer 10° in oostelijke richting verschoven.
Canterbury föhn
Lokale wind op de zuidelijke eilanden van Nieuw-Zeeland. Het is een warme valwind uit het westen tot noordwesten en heeft, zoals de naam al doet vermoeden, duidelijke föhneigenschappen.
CAPE
Is de afkorting voor de Engelse term "Convective Available Potential Energy". Het is een maat voor de beschikbare energie voor convectie. Voor zware onweders worden waarden gehaald van 1000 J/kg of meer. In zeer uitzonderlijke omstandigheden lopen deze waarden zelfs op tot 5000 J/kg.
Cappilaire zone
Deel van de bodem, gelegen tussen de funiculaire zone en de grond­waterspiegel, waarin alle poriën gevuld zijn met water en in verbinding staan met het grondwater. Hoe fijnkorreliger de grondsoort, des te groter de capillaire stijghoogte.
Capillatus
(letterlijk: langharig) Wolkensoort.
Vorm van het wolkengeslacht cumulonimbus. Aan de bovenkant van de cumulonimbus is een langharige, ongeordende wolkenontwikkeling te zien, helemaal bestaande uit ijskristallen. Bij een dergelijke bewolking is er sprake van buiig weer.
Castellanus
In de vorm van "kantelen" of "torentjes". Het wijst meestal op een chaotische windrichting op een bepaalde hoogte. Meest gekend is altocumulus castellanus, soms de voorbode van onweer. Op grotere hoogte is er cirrocumulus castellanus.
Cavok
(spreek uit: kaf-okee) Codewoord, gebruikt in de METAR, de TAF en de SPECI. Deze code komt in bepaalde omstandigheden in de plaats van de codes voor het zicht, het weer en de bewolking. Daarvoor moet het zicht 10 km of meer bedragen, de wolkenbasis mag niet lager zijn dan 1500 m (5000 voet) en er mag geen significant weer zijn (geen neerslag, onweer, grond­mist of lage driftsneeuw).
Ceilometer
Toestel voor het bepalen van de hoogte van de wolkenbasis.
Dit instrument werkt volgens het LIDAR principe. LIDAR staat voor LIght Detection And Ranging. Met de ceilometer wordt met behulp van een lichtbron de afstand bepaald tussen deze bron en een punt waar belangrijk meer licht weerkaatst of verstrooid.
De LIDAR bestaat uit een zender, die per tijdseenheid een aantal zeer korte lichtpulsen recht omhoog uitzendt. Tegen de onderkant van een wolk verstrooit een deel van het licht en wordt weerkaatst. Een ontvanger (naast de zender) meet de hoeveelheid weerkaatst licht en berekent de tijd die de lichtpuls heeft verbruikt. Omdat de snelheid van het licht bekend is (circa 300.000 kilometer per seconde), kan men op basis van deze gegevens de afstand berekenen die het licht heeft afgelegd en daarmee de wolkenbasishoogte.
Celsius temperatuurschaal
Temperatuurschaal gebruikt in onze regio en ontworpen door de Zweed Anders Celsius (1701-1744). 0°C komt overeen met het vriespunt van zuiver water en 100°C met het kookpunt van zuiver water bij een druk van 1013.25 hPa.
Zie ook de Réaumur temperatuurschaal.
Cers
Lokale wind in de Languedoc in het zuiden van Frankrijk. Het is een zuidwesten- tot westenwind met mistralkenmerken.
CF-klimaat
Andere naam voor een gematigd zeeklimaat met alle jaargetijden evenveel neerslag (volgens Köppen).
Chamsin Khamsin (Egypte)
Dit is een warme woestijnwind die verzengende hitte aanvoert uit het zuidwesten van Egypte. De wind verplaatst zich richting Middellandse Zee en komt voor tussen februari en mei. De naam Chamsin Khamsin betekent vijftig in het Arabisch en duidt op de mogelijke periode dat de wind kan voorkomen. Deze wind hangt samen met depressies boven de Middellandse Zee.
Chanduy
Lokale wind in Ecuador. Het is een koude oostelijke valwind in de buurt van de kustplaats Guayaquil en waait vanuit het Andesgebergte.
Chaostheorie
Wetenschappelijke theorie, die ervan uitgaat dat er in de natuur altijd een zekere chaos heerst. Aan de hand van computerberekeningen beschreef Lorenz in 1961, dat in theorie het fladderen van de vleugels van een vlinder die opstijgt van een takje ergens op de evenaar hele kleine luchtbewegingen kunnen veroorzaken, die uit kunnen groeien tot een heuse orkaan elders op de wereld. De grafische weergave van de spreiding van de uitkomsten van de berekeningen heeft de vorm van een vlinder. Vandaar dat deze theorie ook bekend is als ′vlinder van Lorenz′.
Er zijn natuurlijk vele miljarden vlinders en ook door andere oorzaken ontstaat een ongelooflijk complex aan microbewegingen in de atmosfeer. Uiteraard is het samenspel van dergelijke kleine luchtwervels niet, en zal ook nooit, te beredeneren en te begrijpen zijn voor de mens en ook niet te beschrijven in computermodellen. Hier is dus door de natuur al een grens bepaald aan de mogelijkheden van het voorspellen van de bewegingen in de atmosfeer en dus ook aan de termijn van de weersverwachtingen. Over welke termijn dan wel met een redelijke kwaliteit weersverwachtingen te maken zijn lopen de meningen sterk uiteen. Algemeen wordt een maximale termijn tussen 5 en 10 dagen genoemd.
Chergui
Lokale wind in Marokko. De chergui is een zuidoostenwind, die vanuit de Sahara continentaal tropische lucht (cTL) aanvoert. Het is een hete zandtransporterende wind met sirocco-kenmerken, die bovendien nog duidelijke föhneigenschappen krijgt bij het overschrijden van het Atlas-gebergte.
Chili
Lokale wind in Tunesië. De chili is een zuidelijke wind, die vanuit de woestijnen van Noord-Afrika en Saoedi-Arabië continentaal tropische lucht (cTL) naar het midden en oosten van de Middellandse Zee voert. Het is een hete zandtransporterende sirocco-achtige wind, die aan de voorzijde van lagedrukgebieden ook nog föhnkenmerken vertoont. De chili waait vooral in de lentemaanden.
Chinook
Lokale wind aan de oostzijde van de Rocky Mountains in de Verenigde Staten. De chinook is vernoemd naar een plaatselijke Indianenstam. Het is een warme valwind vanuit het westen, met duidelijke föhnkenmerken. De lucht verliest haar meeste vocht tegen de westkant van de Rocky Mountains en warmt tijdens de afdaling aan de lijzijde sterk op. Temperatuurstijgingen van zo′n 20°C binnen een half uur komen voor, waardoor aanwezige sneeuw razendsnel smelt. De wind wordt daarom ook wel ′the snow eater′ (de sneeuw-eter) genoemd.
Chormosfeer
De dunne laag net rond de zon (ongeveer 3000 km dik), die tijdens een eclips als een dunne ring rond de zon zichtbaar is.
Chubasco
Lokale wind in Nicaragua en Costa Rica. Het is een heftige en vlagerige wind, die gepaard gaat met zware onweersbuien. De wind komt vooral voor in het regenseizoen, in de maanden mei tot en met november, aan de westkusten van de beide landen.
Cierzo
(ook: cierco) Lokale wind in Spanje. Het is een koude noorden- tot noordwestenwind, die bij geschikte meteorologische omstandigheden opsteekt aan de monding van de rivier de Ebro aan de Spaanse oostkust. De wind heeft duidelijke mistralkenmerken.
Circulatieclassificatie
Het weerbeeld op een bepaalde plaats op een bepaald moment wordt bepaald door de posities, die de grote druksystemen op dat moment innemen. Er zijn diverse classificaties in omloop. Een zeer bekende is een Duitse indeling: de zgn. Grosswetterlagen (GWL). Op grond van de ligging van de sturende hogedrukgebieden en lagedrukgebieden worden daarin 28 circulatietypen onderscheiden. Deze circulatietypen worden weer verder onderverdeeld in een drietal hoofdcirculatietypen: de zonale circulaties, de meridionale circulaties en de half-meridionale circulaties (of: half-zonale circulaties).
Circumzenithaleboog
Halo die regelmatig kan worden waargenomen en bestaat uit een zwak boogje op ongeveer 46° boven de zon. Zou men dit boogje doortrekken, dan zou een cirkel ontstaan met het zenit als middelpunt. In het algemeen wordt deze boog bij lage zonshoogte gezien en treedt dan vaak tegelijkertijd op met bijzonnen. Bij deze lage zonnestand wekt de boog vaak de indruk veel verder dan 46° boven de zon te staan, als gevolg van atmosferische straalbreking. Opvallend aan dit verschijnsel is de grote kleurenrijkdom. Hierdoor behoort deze boog tot de schitterendste haloverschijnselen. Zijn kleurenpracht overtreft die van de regenboog.
Cirrus (Ci)
Algemeen.
Eén van de wolken uit de hoge etage van de troposfeer is het geslacht cirrus. Het is meestal een vrij ijle wolk die een wat rokerig of vezelig aanzien heeft. De hoge windsnelheden die op grotere hoogten voorkomen, bepalen voor het grootste deel de vorm van de wolk. Soms zijn het losse banken waartussen voldoende blauwe lucht voorkomt. In andere gevallen zijn het complete sluiers die als een vitrage over de gehele troposfeer liggen gedrapeerd.
Duidelijk is wel dat cirrusbewolking alleen uit ijskristallen bestaan die zo klein zijn dat een paar losse met het blote oog niet te zien zijn. Een verzameling van miljoenen ijskristallen bij elkaar laat onder meer deze wolken zien. De temperaturen in deze wolk variëren sterk van rond -20 tot -70°C.
De basishoogte hangt een beetje af van het seizoen en van de weersituatie van het moment. Gemiddeld begint cirrus op 6 à 8 km (20.000 à 25.000 voet) en kan de wolk 300 tot 1000 m (1000 tot 3000 voet) dik zijn. In de zomer ligt de cirrus wat hoger dan in de winterperiode. Een aantal keer per jaar kan zelfs boven de gematigde breedten deze sluierbewolking tot ruim 13 km (45.000 voet) komen.
Kenmerken.
Soms zijn het langgerekte slierten die zich in de vorm van lange veren over de hemel uitspreiden. Daarbij zijn verschillende vormen mogelijk. Een enkele keer zijn er zelfs complete vis- of ruggengraten uit te halen. We zien deze wolken soms voorbijschieten wanneer er op ongeveer dezelfde hoogten windsnelheden van meer dan 100 km/uur voorkomen en de zogenaamde straalstroom zich door middel van deze wolk verraadt. Staat er maar weinig wind, zoals vaak middenin een hogedrukgebied, dan lijken de wolken stil te staan en veranderen ze ook minder snel van vorm. De verzameling ijsdeeltjes zijn zo ijl dat de zon of de maan er altijd wel doorheen kan schijnen. De zon kan er zelfs zo goed doorheen komen dat de schaduwen op de grond nauwelijks zullen afnemen. Het ijs in deze wolken geeft vaak aanleiding tot zogenaamde optische verschijnselen. Door lichtbreking in bepaalde vormen en oriëntatie van deze ijsdeeitjes ontstaan gemakkelijk verscheidene vormen van halo's (kleine en grote kring om zon en maan, bijzonnen en raakbogen). Toch komen deze verschijnselen vaker in cirrostratus dan in cirrus voor, maar het is zeker goed mogelijk. Bij een zeer laagstaande of ondergaande zon kan cirrus een donkerder kleur krijgen in plaats van het felle wit dat gebruikelijker is.
Ontstaan.
Cirrus ontstaat voornamelijk wanneer warmere lucht tot in het ijsniveau van de troposfeer wordt opgetild. De waterdamp zal daar niet condenseren maar meteen verrijpen tot nietige ijsdeeltjes. Vooral wanneer de warmere luchtsoort over een koudere en zwaardere luchtsoort opglijdt, kan cirrus aan de voorzijde van deze optillingszone ontstaan, met name bij naderende warmtefronten en depressies. Soms kan zo'n front ook op grotere afstand voorbij trekken en zien we de cirriforme bewolking alleen tijdelijk.
Zodra de cirrus daadwerkelijk toeneemt en zich steeds verder verdicht, kunnen we veel bewolking en neerslag verwachten, meestal binnen tien uur tijd. We moeten dan denken aan een afstand van 200 á 400 km voordat de eerste neerslag valt. In ruim driekwart van de gevallen komt dit uit. De warmere luchtlaag kan ook door een hoge bergrug worden opgetild zodat ook op deze wijze cirrus bewolking kan worden gevormd. Vaak zien we dan wolken met een gegolfde structuur of in de vorm van een lens. Bij cirrus komen deze vormen minder vaak voor dan bij altocumulus. Ook langs de straalstroom, de meanderende rivier van hoge windsnelheden, komt vaak cirrus aan de warme zijde tot ontwikkeling. Op satellietfoto's zijn deze langgerekte banden vaak heel goed herkenbaar.
Soorten.
Er bestaan de volgende cirrus soorten: Castelanus, Fibratus, Floccus, Spissatus en Unicus.
Voor meer info over diverse wolkensoorten kijk bij de wolkenclassificatie.
Cirrocumulus (Cc)
Behoort tot de familie van de hoge bewolking. Basishoogte 5000 tot 7500 meter.
Band van dunne, witte wolkenplukjes (schapenwolkjes), banken of laag van wolken zonder schaduwing op zeer hoog niveau. Bestaat uit zeer kleine elementen in de vorm van korrels, ribbels, enz., al of niet gescheiden en min of meer regelmatig gerangschikt; de meeste elementen hebben een schijnbare afmeting van minder dan een graad. Ze bestaan volledig uit ijskristallen.
Cirrostratus (Cs)
Algemeen:
Het betreft meestal een dunne, melkwitte, egale wolkenlaag die meestal meer dan de helft van de hemel bedekt. Net zoals bij cirrusbewolking bestaat de wolk alleen uit ijskristallen die zo klein zijn dat ze met het blote oog niet te zien zijn. Doorzichtige of doorschijnende, witachtige wolkensluier met vezelachtig (haarachtig) of effen uiterlijk, die de hemel geheel of gedeeltelijk bedekt en waarin veelal haloverschijnselen zichtbaar zijn.
De temperaturen in deze wolk variëren sterk van rond -20 tot -60 graden Celsius. De basishoogte kan bij Cirrostratus al op ruim 5 km hoogte beginnen (16000 á 17000 voet).
De dikte kan aanzienlijk zijn ondanks het feit dat de wolk zijn transparantie behoudt. Meestal liggen de toppen tussen 7,5 en 10 km hoogte (25000 en 35000 voet).
Kenmerken:
Ondanks dat vaak een groot deel van de hemel wordt bedekt, is de transparantie van dit wolktype groot. Soms is de wolk zo dun dat het nauwelijks opvalt dat er een wolkensluier 'hangt'. De zon kan er vaak zo goed doorheen komen dat de schaduwen op de grond nauwelijks afnemen. Meestal zien we door of boven de wolk vliegtuigstrepen. Die projecteren door het zonlicht schaduwen op de melkwitte wolkenlaag. Dikwijls leidt dit tot een driedimensionaal beeld.
De grote verzameling ijskristallen leidt vaak tot het optreden van vele soorten optische verschijnselen, de zogenaamde haloverschijnselen. De kleine kring om de zon en de bijzon zijn de meest voorkomende hiervan.
De breking van licht in ijskristallen van een bepaalde vorm en de oriëntatie ten opzichte van het invallende zonlicht spelen een rol bij de vorming van de haloverschijnselen. Aan de binnenzijde zijn de optische verschijnselen vaak roodachtig en meer naar buiten toe wit tot blauw getint van kleur.
Ontstaan:
Cirrostratus ontstaat door grootschalige optilling van warme lucht die bij het opglijden tegen een koudere luchtsoort geleidelijk afkoelt en op grote hoogte in ijs overgaat. We zien de wolk meestal in twee situaties: vaak bij het naderen van een warmtefront of een langzaam bewegend koufront. In het laatste geval gedraagt het koufront zich namelijk vaak als een warmtefront. Ook bij een aanwezige straalstroom zien we aan de warme zijde vaak op grote schaal sluierbewolking en soms ook Cirrostratus ontstaan. Bij naderende fronten zien we deze wolk vaak op 300 tot 400 km afstand.
Neerslag:
Er valt uit cirrostratus in principe geen neerslag, in elk geval geen neerslag die de grond bereikt. Op grotere hoogte kan men net onder de basis van de wolk wel kleine vallende ijskristallen tegenkomen. Door de lange afstand naar het aardoppervlak en de geringe afmetingen van de ijskristallen, verdampen zij voordat ze de aarde bereiken.
Dichterbij het warmtefront zakt de basis steeds verder uit. Na verdere verdichting kan deze wolkovergaan in altostratus. Op dat moment kunnen we de eerste neerslag verwachten.
Soorten:
Cirrostratus nebulosus: dit is cirrostratus met een geheel structuurloos maar nevelig uiterlijk. De wolk heeft een egale melkwitte of roomwitte kleur. Nebulosus betekent letterlijk ook sluierachtig. Met name bij deze soort zijn de optische verschijnselen fraaier en dikwijls veel duidelijker dan bij de onderstaande soort.
Cirrostratus fibratus: dit is cirrostratus in één laag waarin de dradige of streperige structuur voorkomt. De wolk is dus niet geheel egaal. Ook hier komt een melkwitte kleur voor waarvan de tint soms wat kan verschillen doordat de wolk een variatie in dikte kent. De strepen ontstaan vaak door de hoge windsnelheden in de hoge troposfeer. We zien deze soort vaker in de buurt van straalstromen. Fibratus staat voor vezelachtig.
Variëteiten:
Cirrostratus duplicatus: in meerdere lagen boven elkaar liggend.
Ciroostratus undulatus: vorming van golf- of bandenstructuur door vertikale windschering.
C-klimaat
Gematigd zeeklimaat volgens de indeling van de klimatoloog Köppen. Dit klimaat komt voor in gebieden met veel depressie-activiteit. De belangrijkste kenmerken zijn de vrij grote jaarlijkse neerslagsommen en de tamelijk zachte winters. De gemiddelde temperatuur van de koudste maand ligt tussen -3 en 18°C, terwijl de temperatuur van de warmste maand boven de 10°C blijft. Wat de neerslag betreft, wordt het C-klimaat in drie soorten verdeeld.
  1. Het type Cs: Het Middellandse­Zeeklimaat (ook wel mediterraan klimaat). Een maritiem klimaat, met de meeste neerslag in de winter. Dit is het typische klimaat van de toeristengebieden aan de Middellandse Zee, maar wordt ook gevonden in Californië, in Centraal-Chili, rond Kaapstad en in Zuid-Australië.
  2. Het type Cw: een klimaat met een droge winter. Dit wordt ook wel het China-klimaat genoemd. De nattere zomerperiode is te verklaren uit de aanwezigheid van een thermisch lagedrukgebied in de zomer boven het land. Het China-klimaat komt voor in het dal van de Ganges, Japan en grote delen van China.
  3. Het type Cf:. De neerslag valt verdeeld over het hele jaar. Dit type, het zgn. Noordwest-Europaklimaat, komt vooral in het noordwesten en westen van Europa voor. Een vergelijkbaar klimaat is te vinden in het zuidoosten van de VS, in Argentinië en aan de oostkust van Australië. Het Middellandse-Zeeklimaat en het China-klimaat worden ook wel een subtropisch klimaat genoemd.
Clear air turbulence
(ofwel: CAT) In de luchtvaart: beruchte grote turbulentie buiten wolken, in het algemeen op hoogten tussen 6000 en 12.000 m. CAT kan voorkomen als gevolg van een grote horizontale windschering in een zone juist aan de koude kant van een straalstroom, of als gevolg van een grote verticale windschering in de nabijheid van een straalstroom. CAT is dus niet te zien, maar de omstandigheden waaronder CAT kan voorkomen, zijn redelijk goed bekend, zodat piloten doorgaans tijdig kunnen worden gewaarschuwd. CAT is voor de moderne vliegtuigen niet gevaarlijk, maar is met name tijdens vluchten met passagiers erg hinderlijk. Het wordt ervaren als het rijden over een pas geploegde akker.
Comma cloud (CC)
Ook wel komma wolk genaamd.
Cloud band (CB)
Ook wel wolkenband genaamd.
Cloud element (CE)
Ook wel wolkelementen genaamd.
Cloud finger (CF)
Ook wel wolkenvinger genaamd.
Cloud lane (CL)
Ook wel wolkenlaan genaamd.
Cloud shield (CS)
Ook wel schildwolk genaamd.
Cloud street
Ook wel wolkenstraten genaamd.
Coalescentie
Het samengaan of samensmelten van minuscule waterdruppeltjes tot grotere waterdruppels in een wolk. Uiteindelijk, wanneer de druppels zwaar genoeg zijn, vallen deze als regendruppels neer.
Colla
Lokale wind in de Filippijnen. Het is een zuidzuidwestenwind zonder specifieke kenmerken. De wind houdt meerdere dagen aan en gaat gepaard met hevige windstoten. Hij treedt op wanneer een depressie ten noorden van de eilanden voorbijtrekt.
Condensatie
Natuurkundig proces. De overgang van water in dampvormige toestand naar vloeibare toestand. Dit doet zich voor als het dauwpunt wordt bereikt: de temperatuur waarop de lucht is verzadigd met waterdamp. Condensatie kan ontstaan door afkoeling van de lucht en door toename van het gehalte waterdamp in de lucht. Afkoeling treedt op bij uitstraling, bij opstijging en bij menging of botsing met koudere luchtsoorten. De toename van het gehalte waterdamp in de lucht ontstaat als de lucht wordt gemengd met vochtiger lucht of door verdamping van vocht aan het aardoppervlak. Condensatie vindt meestal plaats rond condensatiekernen en is een exotherm proces (er komt warmte vrij).
Condensatiekernen
Zijn uiterst kleine (hygroscopische) deeltjes, zoals stof en zout, die in de lucht aanwezig zijn waarop waterdamp neerslaat en wolkendruppeltjes zich vormen.
Condensatieniveau
Is de hoogte waarop de lucht volledig verzadigd is met waterdamp. Het is op deze hoogte dat de wolkenbasis zich bevindt bij convectieve bewolking (cumulus / cumulonimbus).
Condensatietemperatuur
Temperatuur waarbij condensatie plaatsvindt. Deze temperatuur hangt af van de relatieve vochtigheid van een bepaalde hoeveelheid lucht. Droge lucht moet veel verder afkoelen alvorens de waterdamp condenseert.
Condensatiewarmte
Warmte die vrijkomt bij condensatie. Ten gevolge van het vrijkomen van deze latente (verborgen) warmte zal bij stijgende luchtbewegingen de omringende lucht minder snel afkoelen of zelfs weer iets in temperatuur stijgen, waardoor de convectie wat verder wordt versterkt.
Condenseren
Overgang van gasvormige naar vloeibare toestand. Is het tegengestelde van verdampen.
Confluente stroming
Stromingspatroon van de lucht, waarbij de stroomlijnen dichter bij elkaar komen en er in de stromingsrichting dus sprake is van een stroomversnelling van de lucht.
Confluency
Het samensmelten van twee verschillende weersystemen.
Congestus
Ophoping tot bloemkoolachtige wolkenformaties.
Conditioneel onstabiel
Een atmosfeer die stabiel is t.o.v. een niet-verzadigde massa lucht, maar onstabiel t.o.v. een verzadigde massa lucht.
Conductie
Warmtetransport tussen twee voorwerpen die met elkaar in contact zijn.
Continentale lucht
Luchtsoort die zich boven het vasteland heeft gevormd. De continentale lucht heeft als eigenschap dat ze veel minder vocht bevat dan maritieme lucht op dezelfde geografische breedte.
Contra-barometer
De contra-barometer (een uitvinding van Christiaan Huygens) behoort samen met de Torricelli-barometer tot de gevoeligste precisie weerinstrumenten, waarmee men de heersende luchtdruk kan meten. Het grote voordeel van en contra-barometer is de zéér duidelijke afleesbare maataanduiding. Een wijziging van 1 mm in de kwikbuis wordt 10-voudig vergroot weergegeven in de rechterbuis, gevuld met gekleurde vloeistof en veroorzaakt daar dus een wijziging van 1 cm.
De schaalindeling op een contra-barometer geet de heersende luchtdruk weer in millimeter en/of hectopascal (millibar).
De aanduiding is ′contra′, dat wil zeggen als de luchtdruk daalt, stijgt de indicatievloeistof en omgekeerd. Omschrijvingen op de schaal zoals ′regen, veranderlijk, enz...′ zijn meestal om traditionele reden vermeld en hebben slechts een beperkte geldigheid.
Belangrijk bij de interpretatie van de aflezing is de tendens, (stijgend of dalend). Om deze te kunnen vaststellen, is er op een contra-barometer een verschuifbare indicator aangebracht naast of op de rechter glazen buis welke gevuld is met de indicatievloeistof.
Contrail
Vliegtuigcondensatiestreep. Genoemd als afkorting van ′condens trail′.
Vaak ontstaan ze door directe overgang van water in ijs (bevriezing) en deels ook wanneer waterdamp direct in ijs overgaat (sublimatie).
Blijft de contrail langer dan 10 minuten zichtbaar dan spreken we van een persistente contrail.
Convectie
Verticale luchtbewegingen door plaatselijke verwarming van het aardoppervlak door de zon. In dergelijke situaties kan de onderste luchtlaag onstabiel van opbouw worden, waardoor zich spontaan sterke verticale bewegingen kunnen ontwikkelen. Deze verticale luchtbewegingen, zowel omhoog als omlaag gericht, waarbij transport van warmte en vocht plaatsvindt naar de hogere luchtlagen, noemt men convectie. Bij stijgende luchtbewegingen daalt de temperatuur met ca. l°C per 100 meter. Aangezien geen vocht wordt toegevoegd of verdwijnt, zal de vochtigheidsgraad (relatieve vochtigheid) toenemen. Afhankelijk van de hoeveelheid vocht in de lucht zal op een bepaalde hoogte condensatie plaatsvinden. Dit niveau wordt het convectief condensatieniveau genoemd. Wanneer inderdaad bewolking wordt gevormd, wordt gesproken van natte convectie. Is dat niet het geval, dan is er sprake van droge convectie. In de luchtvaart wordt dit proces doorgaans thermiek genoemd.
Convectief condensatieniveau
Hoogte waarop bij convectie condensatie plaatsvindt en dus de onderkant van de convectieve bewolking te vinden is. De convectie vindt pas plaats wanneer de onderste luchtlaag onstabiel van opbouw is geworden en verloopt volgens een adiabatisch proces. De hoogte van de wolkenbasis hangt af van de hoeveelheid vocht in de stijgende lucht en is grafisch te bepalen op het θ s,p-diagram of te berekenen aan de hand van de volgende formule:
h(meters) = 125 (t - td) of
h(voeten) = 400 (t - td).
Convectietemperatuur
Temperatuur waarbij de convectie gaat beginnen, waarbij dat deel van de atmosfeer waarin de convectie plaats moet vinden voldoende onstabiel van opbouw is geworden.
Convectieve bewolking
Bewolking die wordt gevormd ten gevolge van convectie. Typische bewolking bij dit proces is de cumuliforme bewolking, ofwel bewolking van het geslacht cumulus, eventueel cumulonimbus. In convectieve wolken komen krachtige verticale luchtstromingen voor met stijgsnelheden in het algemeen groter dan 1 m/sec. Zodra de wolk ijskristallen bevat, vindt het neerslagproces op dezelfde wijze plaats als in stratiforme bewolking, maar dat proces verloopt h ier veel sneller. Door de krachtige verticale bewegingen in de wolk kunnen onderkoelde waterdruppels tot op grote hoogten voorkomen, zodat de wolkenelementen de kans krijgen veel andere elementen in te vangen en zodoende uit te groeien tot grote neerslagelementen. De bijbehorende neerslag is daardoor, in vergelijking met die uit de stratiforme bewolking, doorgaans tamelijk intensief. De bedekkingsgraad van de convectieve bewolking is te schatten aan de hand van de volgende formule: N=4/5 * (R/6-6) waarin: R = actuele relatieve vochtigheid in het berekende convectief condensatieniveau.
Convergentie
(letterlijk: samenkomst in één punt) Een luchtstroom waarin de luchtdeeltjes naar elkaar toestromen. Het meest komt de cyclonale luchtbeweging rondom een lagedrukgebied voor. Maar ook door plaatselijke vergroting van de luchtdrukgradiënt kan een luchtstroom convergeren. Verder kan de orografie een rol spelen, waarbij de lucht als het ware wordt gedwongen tussen twee bergruggen door te stromen. Convergentie in de bovenlucht geeft aanleiding tot de vorming van een hogedrukgebied aan het aardoppervlak. De naar elkaar toestromende luchtdeeltjes veroorzaken een ′overschot′ in de bovenlucht. Dat overschot stroomt onder meer naar beneden weg. Grootschalige dalende luchtbewegingen hangen samen met stijgingen van de Luchtdruk aan het aardoppervlak en dus de vorming van een hogedrukgebied. Convergentie is het tegenovergestelde van divergentie.
Convergentie-zone
Het gebied waar de noordoost- en de zuidoostpassaat elkaar ontmoeten. Specifieke kenmerken ervan zijn veel bewolking, neerslag en relatief weinig wind.
Coördinaten
De lengte- en breedtegraden van een plaats. Via dit systeem is het mogelijk om elke positie op het aardoppervlak vast te leggen. Van een punt bepaalt men de boogafstand langs de meridiaan door dat punt tot de evenaar in booggraden, minuten en seconden. Dit is de geografische breedte. De boogafstand van het snijpunt van deze meridiaan met de evenaar tot het snijpunt van de meridiaan van Greenwich met de evenaar is de geografische lengte. Deze lengte en breedte zijn dan de coördinaten waardoor de positie van het betreffende punt is vastgelegd. Gezien vanuit het nulpunt, d.w.z. het snijpunt van de Greenwich-meridiaan met de evenaar, maakt men onderscheid in noorder- en zuiderbreedte en ooster- en westerlengte.
Cordonazo
Naam van een tropische cycloon aan de westkust van Centraal-Amerika. Deze wervelstorm kan ontstaan langs het gehele kustgebied van de Golf van Tehuantepec, in het zuiden van Mexico, tot aan de Revillagigedo-eilanden, aan de kust van Canada rond de 55ste breedtegraad, boven het relatief warme zeewater van de Alaska-stroming. Vanaf het zuiden van Mexico verplaatst de cordonazo zich in noordwestelijke richting naar Californië, en eventueel verder in de richting van Hawaï. De cordonazo komt vooral voor in de maanden september en oktober.
Corriolis kracht
Een door de aardrotatie veroorzaakte afwijking van de richting van de luchtdeeltjes die deze eigenlijk zou moeten afleggen, nl. recht van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied. Deze afwijking is op het noordelijke halfrond naar rechts en op het zuidelijke halfrond naar links voorop gesteld dat de waarnemer met zijn rug naar de wind staat.
Coromell
Lokale wind in Noord-Amerika. Het is een typische landwind in de buurt van La Paz, in het zuiden van Californië, die in de maanden november tot en met mei met grote regelmaat over de Golf van Californië waait.
Corona
(letterlijk: krans) Buitenste gasomhulsel van de zon. De corona is een zeer ijl plasma met een temperatuur van meer dan 1 miljoen °C. Zij is alleen waarneembaar wanneer de heldere zonneschijf wordt afgedekt, bijvoorbeeld tijdens een totale zonsverduistering.
Coulisseneffect
Het verschijnsel dat wolken op even grote afstand van elkaar niet gelijk over de hemelkoepel verdeeld lijken. Dichtbij de horizon schermen ze het hemelblauw meer af (ze staan meer vóór elkaar) vergeleken met het gebied recht boven uw hoofd.
CS-klimaat
Een andere naam voor een gematigd zeeklimaat met een drogere periode tijdens het zomerseizoen; wordt ook een Middellands zeeklimaat of mediterraan klimaat genoemd. Zie ook C-klimaat.
CW-klimaat
Een andere naam voor een gematigd zeeklimaat met een drogere periode tijdens het winterseizoen; wordt ook een China-klimaat genoemd. Zie ook C-klimaat.
Culminatie
Letterlijk 'hoogste punt'.
In de sterrenkunde is het een synoniem voor de doorgang van een hemellichaam door de plaatselijke meridiaan.
Cumulatieve temperatuur
(ook: temperatuursom) Manier om een zomer of een winter te classificeren. De maximum- of minimumtemperaturen worden eenvoudig steeds opgeteld.
In de landbouw is de temperatuursom reeds jarenlang een begrip. Het bereiken van de temperatuursom is voor veehouders het signaal voor de start van een nieuw groeiseizoen van gras. Het bereiken van de temperatuursom is dan ook vaak het startschot voor de eerste bemestingsgift op gras.
Temperatuursom
Cumuliform
Gevormd als Cumulus; lijkend op een cumuluswolk, dus opbollend.
Cumulogenitus
Bewolking welke uit een of andere cumulussoort is ontstaan.
Cumulonimbus (Cb)
Behoort tot de familie van de zich vertikaal ontwikkelde wolken. Basishoogte 400 tot 1200 meter.
Zware en dichte wolk van aanzienlijke vertikale afmeting, in de vorm van een berg of van een groep hoog oprijzende torens. Zijn bovenzijde is gewoonlijk, althans ten dele, effen of vezelachtig of streperig, en bijna altijd afgeplat; dit gedeelte spreidt zich vaak uit in de vorm van een aambeeld of een omvangrijke pluim. Onder de basis van deze wolk, die dikwijls zeer donker is, bevinden zich veelal lage wolkenflarden, die er al of niet mede zijn versmolten, er zijn soms valstrepen (virga) te zien.
Het zijn dus zeer grote stapelwolken die bovenaan geheel uit ijskristallen bestaan. De wolkenbasis ligt vaak beneden de 2 km, terwijl de top vaak ettelijke kilometers hoger terug te vinden is. Een sterk afgelijnde bovenkant laat zien dat het ijsstadium nog niet bereikt is.
Cumulonimbus Calves
Als de verijzing van de top van de wolk nog niet zo lang bezig is, is alleen de bovenrand vervaagd. We noemen deze soort daarom de 'kale' cumulonimbus.
Cumulonimbus Capillatus
De verijzing van de top is in een ver gevorderd stadium en er heeft zich een ijsscherm gevormd dat als een pruik (of omgekeerde lampenkap) op de kop van de buienwolk staat.
Als er een sterke bovenwind staat, is de ene zijde van de verijsde wolkentop langer dan de andere zijde en loopt in een scherpe punt uit. De punt wijst in de richting van de verplaatsende lucht. De top van de wolk krijgt hierdoor het aanzien van een aambeeld. De volledige naam van de wolk is dan cumulonimbus capillatus incus.
Cumulus (Cu)
Behoort tot de familie van de zich vertikaal ontwikkelde wolken. Basishoogte 300 tot 1500 meter.
Afzonderlijke, over het algemeen dichte wolken met scherpe omtrekken, die zich in vertikale richting ontwikkelen in de vorm van kopjes, koepels of torens waarvan het bovenste, opbollende gedeelte dikwijls op een bloemkool lijkt. De door de zon beschenen delen van deze wolken zijn meestal verblindend wit; hun onderzijde is betrekkelijk donker en vrijwel horizontaal. Soms ziet Cumulus er gerafeld uit.
Ze behoren tot de categorie van de lage wolken met vertikale ontwikkeling (wolkenbasis beneden de 2 km). Ze kunnen echter uitgroeien tot grotere hoogtes en zelfs het stadium van cumulonimbus bereiken. Cumuli met geringe vertikale ontwikkeling zijn mooi-weer wolken, de zgn. ′cumulus humilis′ (humilis = onaanzienlijk) welke meestal optreden bij standvastig weer.
Cup-anemometer
Rotatie-anemometer, waarbij op een verticale as een set cups of halve bollen is bevestigd, die in een horizontaal vlak om die as draaien. De rotatiesnelheid van dit systeem is maat voor de windsnelheid. Dit type anemometer is verreweg het meest gebruikte in de meteorologie. De eerste cup-anemometer werd gemaakt in 1846 door de Ier Robinson. Vandaar dat dit type ook wel ′het molentje van Robinson′ wordt genoemd.
Cyclogenese
Dit betekend het ontwikkelen van een depressie.
Cycloon
Een lagedrukgebied met zeer grote windsnelheden. Meestal gebruikt in de context van tropische orkaan. Algemeen gesteld is een cycloon (lagedrukgebied) de tegenhanger van een anticycloon of hogedrukgebied. Alleen boven de Indische Oceaan worden ze zo genoemd. In het Caraibisch gebied spreekt men van orkanen.
Het zijn kleine maar zeer intense depressies met een afmeting van enkele honderden kilometers. Ze moeten daarmee niet verward worden met tornado′s. De wind waait rondom een tropische cycloon op dezelfde manier als rond een depressie: op het noordelijk halfrond tegen de wijzers van de klok in en op het zuidelijk halfrond met de wijzers van de klok mee. In het centrum van een tropische cycloon bevindt zich vaak een ′oog′: er is geen bewolking aanwezig en het is er vrijwel windstil.
Cyclonaal
Het stromingspatroon bij depressies op het noordelijk halfrond; cirkelvormige luchtstroom tegen de wijzers van de klok in.
Cyclonaal zadelgebied
Zadelgebied waarin de invloed van de aanliggende lagedrukgebieden het grootst is. Het weerbeeld is wel erg rustig, maar doorgaans ook wat bewolkt.
Cyclonale kromming
Kromming van de isobaren naar links, gezien in de richting van de wind (op het noordelijk halfrond). Een trog is een voorbeeld van een isobarenpatroon met cyclonale kromming. De bijbehorende verticale luchtbewegingen komen overeen met de cyclonale luchtbeweging.
Cyclonale luchtbeweging
Luchtstroming rondom een lagedrukgebied. Op het noordelijk halfrond stroomt de lucht, van boven gezien, tegen de richting van de klok, spiraalsgewijs naar het centrum. De van alle kanten samenstromende lucht (convergente luchtbeweging) kan in zo′n geval alleen maar naar boven ontwijken en koelt dan in een adiabatisch proces af. Indien de lucht vochtig is, zullen daarbij wolken ontstaan waaruit neerslag kan vallen.

Voor het laatst bijgewerkt op 8-02-2015. Opmerkingen of wil je reageren: stuur een e-mail

6-03-2013 21:22